Bij Dierenkliniek Hattem beschikken we over een hoop kennis en kunde die ons onderscheidt van andere praktijken. Uw dier is hier in goede handen voor onder andere kijkoperaties, echo’s en gebitsbehandelingen.

  • Digitale röntgen
  • Patella Luxatie
  • Second Opinion
  • Echografie
  • Het konijnengebit
  • Laparoscopie
  • Dentale röntgenfoto’s
  • Tuberositas Tibiae Advancement (TTA)

Digitale röntgen

Digitale röntgen

Röntgengrafie

Een dierenarts bekijkt een röntgenfoto op het scherm

Met behulp van röntgengrafie kunnen we een foto maken van het inwendige van uw huisdier. Met name botbreuken en andere afwijkingen in het skelet zijn goed met een röntgenfoto zichtbaar te maken. Daarnaast kunnen onder andere de buikorganen, de longen en het hart op een foto beoordeeld worden. Omdat de foto een platte weerspiegeling is van het dier, moeten er vaak twee of meerdere foto’s gemaakt worden om een goede indruk van de afwijking te krijgen.

Digitale röntgen

Al een tijdje is Dierenkliniek Hattem de trotse eigenaar van een digitaal röntgensysteem! Het is één van de nieuwste systemen die op dit moment op de markt zijn. Dit betekent dat wij onze röntgenfoto’s niet meer hoeven te ontwikkelen met een ontwikkelmachine, maar dat ze binnen enkele seconden op een computerscherm te zien zijn. De foto’s kunnen zo direct worden beoordeeld en indien nodig gelijk opnieuw geschoten worden, zonder dat het dier opnieuw gepositioneerd hoeft te worden. Met de computer kunnen de beelden worden uitvergroot en bewerkt. Ook kan achteraf de helderheid en het contrast van de foto nog aangepast worden, waardoor het minder vaak nodig is om een foto opnieuw te maken. Behalve dat dit veel tijd en stress bij het dier scheelt, levert dit ook minder blootstelling aan schadelijke röntgenstraling voor het personeel op. Alle röntgenfoto’s kunnen vervolgens makkelijk digitaal gearchiveerd worden en supersnel via email doorgestuurd worden naar een specialist.
Omdat de röntgenfoto’s niet meer ontwikkeld hoeven te worden met behulp van schadelijke chemicaliën, werken we nu ook nog eens veel milieuvriendelijker!​

Bottumor achterbeen

Bottumor hoofd kat

Bottumor hoofd kat

Chronische ontsteking teen

Heupfoto

Hond met longoedeem en hartfalen

lpc eb lpa elleboog

lpc elleboog

lpc elleboog

 

Patella Luxatie

Patella Luxatie

Tijdens het lichamelijk onderzoek is gebleken dat er bij uw dier sprake is van een luxatie van de knieschijf. Deze aandoening, door dierenartsen patella luxatie genoemd, komt voor bij de hond en in mindere mate ook bij de kat. Deze adviesbrief biedt informatie over de mogelijke oorzaken en gevolgen, de symptomen, de wijze van diagnostiek, de therapie en de prognose van deze aandoening.

Normale bouw van het kniegewricht

Het kniegewricht bestaat uit de volgende botdelen:

  • Dijbeen
  • Scheenbeen
  • Kuitbeen
  • Knieschijf

De gewrichtsoppervlakken van deze botten worden omgeven door kraakbeen, zodat de botdelen soepeler over elkaar kunnen bewegen. Om het dijbeen goed over het scheenbeen te laten bewegen, bevindt zich zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant van het gewricht een kraakbenig stootkussentje, de meniscus. Het gehele gewricht wordt omgeven door een gewrichtskapsel. De vloeistof die door dit kapsel wordt geproduceerd smeert het gewricht en levert tegelijkertijd voedingsstoffen aan het gewricht.

Naast de menisci en het gewrichtskapsel zorgen kniebanden voor stabiliteit van het kniegewricht. Binnenin het gewricht lopen twee kruisbanden en aan de linker en rechter buitenzijde van het kniekapsel lopen collateraalbanden.

Diverse spieren, waaronder de grote bovenbeenspier (de musculus quadriceps) aan de voorzijde van het dijbeen en de hamstrings aan de achterzijde van het dijbeen, zorgen voor beweging van het kniegewricht. De knieschijf bevindt zich aan de voorzijde van de knie, in de strekpees van het kniegewricht. Deze pees komt voort uit de grote bovenbeenspier en hecht aan op een uitsteeksel van het scheenbeen. In het dijbeen bevindt zich een geultje waardoor de knieschijf zich beweegt. Zodra gewicht op de achterpoot wordt gezet, zal deze bovenbeenspier zich aan moeten spannen, opdat het dier niet door zijn knie zakt. U kunt dit zelf nagaan door enigszins door uw benen te buigen alsof u in de skihouding gaat staan, uw bovenbeenspieren zullen dan hard aangespannen zijn.

Wat is patella luxatie?

Bij een dier dat een patella luxatie heeft, beweegt de knieschijf niet mooi in het geultje van het dijbeen. De knieschijf schiet uit dit geultje en bevindt zich vervolgens aan de binnenzijde (mediaal) of aan de buitenzijde (lateraal) van het dijbeen. De knieschijf kan naar twee kanten luxeren, maar vaak treedt bij een individueel dier een luxatie naar slechts een kant op.

De strekpees waar de knieschijf zich in bevindt, zal zich bij luxatie van de knieschijf dus ook verplaatsen naar de binnen- of buitenzijde van het dijbeen. In deze toestand kan het onderbeen niet meer gestrekt worden en kan de poot geen gewicht meer dragen, aangezien de strekpees zich nu achter het scharnierpunt van het gewricht bevindt in plaats van ervoor.

Dierenartsen delen de patella luxatie qua ernst in vier graden in:

Graad 1: u heeft uw dier niet kreupel zien lopen, maar bij het klinisch onderzoek is de knieschijf wel te luxeren.

Graad 2: uw dier is wisselend kreupel en de knieschijf kan tijdens het onderzoek worden geluxeerd, maar zal zonder moeite weer terugschieten naar het geultje.

Graad 3: uw dier kan wisselend of zelfs continu kreupel zijn, maar kan ook geen duidelijke kreupelheid vertonen en alleen met O-benen lopen. De knieschijf is tijdens het onderzoek vaak al geluxeerd, maar kan nog wel terug in de normale positie worden gebracht. Soms kunnen aanwijzingen worden gevoeld voor osteoarthrose.

Graad 4: uw dier is continu kreupel of loopt met O-benen. De knieschijf bevindt zich buiten het geultje van het dijbeen en kan door de dierenarts niet hierin worden teruggeplaatst.

Hoe ontstaat patella luxatie?

Afwijkingen in de anatomie van de botten en/of spieren van een achterpoot kunnen op korte of lange termijn leiden tot patella luxatie. Een te ondiepe geul in het dijbeen voor de knieschijf, een kromming van een dijbeen of scheenbeen en een afwijkende ligging van het uitsteeksel op het scheenbeen waarop de kniepees aanhecht zijn voorbeelden van dit soort afwijkingen. Deze afwijkingen zijn vaak aangeboren, maar kunnen zich ook tijdens de groei ontwikkelen.

Patella luxatie kan ook ontstaan als gevolg van trauma, al wordt dit weinig gezien.

Gevolgen

Treedt patella luxatie op bij dieren die in de groei zijn, dan kan dit grote en permanente gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de gehele achterpoot.

Tijdens het luxeren schuurt de knieschijf over de rand van het geultje in het dijbeen. Hoe vaker dit gebeurt, hoe meer schade er ontstaat aan de randen van het geultje. Osteoarthrose met botnieuwvorming en overvulling van het gewricht kunnen dan ook het gevolg zijn van een onbehandelde patella luxatie.

Doordat de krachten in de knie veranderen bij een geluxeerde knieschijf, wordt in veel gevallen van onbehandelde patella luxatie gezien dat uiteindelijk de voorste kruisband van de knie scheurt.

Tijdige detectie en behandeling van patella luxatie is dan ook van groot belang om deze vervelende complicaties te voorkomen!

Symptomen

Patella luxatie komt in 20-25% van de gevallen beiderzijds voor, waarbij de ernst van de luxatie per knie kan verschillen. Wisselende kreupelheid in een of beide achterpoten is vaak het meest opvallende symptoom. Vaak treedt met de tijd verergering van de klachten op.

Bevindt de knieschijf zich netjes in het geultje van het dijbeen, dan zal er weinig opvallen aan het dier. Is de knieschijf geluxeerd, dan bevindt ook de strekpees van de bovenbeenspier zich naast het dijbeen en kan de bovenbeenspier zijn werk niet meer goed doen. De hond of kat zal dan ook geen gewicht meer op de poot kunnen zetten zonder “erdoorheen te zakken”.

De oplossing van veel honden is om de poot in de lucht te houden op het moment dat de knieschijf is geluxeerd. Vaak is de knieschijf na enkele seconden alweer teruggeschoven op zijn normale plaats en kan de hond de poot weer normaal belasten. Het beeld van een klein hondje dat al rennend opeens op drie pootjes verder rent met een soort konijnensprongen is typisch voor patella luxatie. Veel mensen denken dat deze hondjes dit doen omdat ze op iets scherps zijn getrapt of gewoon omdat ze het leuk vinden om zo te hupsen. Dit is echter absoluut niet het geval!

Katten vertonen meestal een ander beeld dan honden. Zij blijven vaak wel op het pootje lopen, maar zakken erdoorheen, waardoor het achterpootje helemaal gebogen zal zijn in de knie. De kat zal met de achterhand heel laag bij de grond lopen in een soort sluipgang. Daarnaast kan het opvallen dat de kat niet meer springt.

Aan plotselinge verergering van de kreupelheid kan een scheur in de voorste kruisband ten grondslag liggen.

Ras predisposities

Patella luxatie wordt bij alle rassen en alle formaten honden gezien, maar komt het meest voor bij kleine en miniatuur hondenrassen. Voorbeelden hiervan zijn de Yorkshire terrier, Maltezer, Miniatuur poedel, Dwergkeeshond, Pekinees en Chihuahua. Bij kleine honden komt voornamelijk een luxatie naar mediaal voor, bij grotere rassen een luxatie naar lateraal.

Bij katten kan ook patella luxatie optreden, maar minder frequent dan bij honden. Bij de Maine Coon, de Noorse Boskat en de Abessijn wordt patella luxatie het meest gezien, maar ook andere katten kunnen deze aandoening krijgen.

Diagnostiek

Tijdens het lichamelijk onderzoek van een dier worden de knieën door de dierenarts goed nagevoeld. Het kan zijn dat de knieschijf zich op dat moment al op een afwijkende plaats bevindt, maar het kan ook zijn dat de knieschijf zich wel in het geultje bevindt, maar dat de knieschijf (eenvoudig) uit dit geultje te luxeren is. De dierenarts stelt de graad van de patellaluxatie vast op basis van uw verhaal gecombineerd met de bevindingen uit het onderzoek.

Röntgenfoto’s van knie, bovenbeen en onderbeen zijn bijna altijd geïndiceerd. Op deze foto’s kan gewrichtsovervulling worden gezien en kan worden beoordeeld in welke mate zich osteoarthrose van het kniegewricht heeft ontwikkeld, hetgeen een belangrijke prognostische factor is. Daarnaast kan aan de hand van de foto’s worden bepaald wat de eventuele afwijkingen zijn in de stand van het bovenbeen en onderbeen en wat de ligging is van het uitsteeksel van het scheenbeen waaraan de strekpees met daarin de knieschijf aanhecht. Als het dier moet worden geopereerd aan de patella luxatie, dan is dit relevante informatie voor het kiezen van de juiste chirurgische techniek. 

Therapie

Een volwassen dier met een graad 1 patellaluxatie hoeft over het algemeen niet te worden geopereerd. Wel zal in de toekomst goed in de gaten moeten worden gehouden of er geen progressie optreedt. Bij jonge honden met graad 1 patella luxatie kan een operatie wel geïndiceerd zijn, aangezien vroegtijdig ingrijpen kraakbeenschade kan voorkomen. Zodra een dier kreupelheidsklachten vertoont van de patella luxatie (graad 2 en hoger) dan zal een operatie bijna altijd geïndiceerd zijn! Of een chirurgische aanpak gewenst is, is geheel afhankelijk van de ernst van de patella luxatie, de klinische klachten, de afwijkingen op een röntgenfoto en de leeftijd van het dier. Iedere operatie in een gewricht zal resulteren in een zekere mate van osteoarthrose en dit zal door ons worden meegenomen in de beslissing tot het wel of niet opereren van uw dier. Samen zal bepaald worden welke behandeling voor uw dier het meest geschikt zal zijn.

Prognose

De prognose van patella luxatie verschilt per dier en is onder andere afhankelijk van de leeftijd van het dier, de mate van osteoarthrose van het kniegewricht en de chirurgische techniek. Chirurgische behandeling zal niet altijd kunnen zorgen voor het volledig verdwijnen van de patella luxatie, maar wel tot het verminderen van de ernst van de luxatie tot een graad 1, waarbij geen klinische klachten meer optreden van de luxatie. Het strikt volgen van de juiste revalidatiestappen na operatie is daarnaast van groot belang voor een goede prognose.

Voor meer informatie over Patella Luxatie verwijzen wij u naar EDZ IJsseland.

Bron: VetVisuals® International en Dierenkliniek Hattem, maart 2016

Second Opinion

Second Opinion

Indien u een patiënt naar ons doorverwijst, of als een eigenaar wilt dat wij naar uw huisdier kijken terwijl u normaal bij een andere dierenarts komt: 

  • Ontvangen wij graag van te voren de patiëntenkaart via de mail: info@dierenkliniekhattem.nl. In geval van spoed, graag ook even telefonisch contact opnemen.
  • Is het handig als de eigenaar zelf even belt om een afspraak bij ons in te plannen, zodat wij alvast de nodige informatie kunnen verstrekken.
  • Van elke verwezen patiënt krijgt u een uitgebreid verslag inclusief beeldmateriaal van eventueel echografisch of röntgenologisch onderzoek.
  • Wij zijn voor u en uw klanten dag en nacht bereikbaar. In het geval van vragen en complicaties kunnen deze dan ook rechtstreeks contact opnemen met ons.

Echografie

Echografie

Echografieapparaat

Sinds een paar jaar werkt Dierenkliniek met een ‘state of the art’ echoapparaat; een mylab 40. Met dit echoapparaat maken we regelmatig echo’s om een diagnose te stellen. Om een indruk te geven van de mogelijkheden hebben we hieronder een aantal echobeelden gedeeld. De ene keer zijn we op zoek naar puppy’s of kittens, de andere keer moeten we zoeken naar de oorzaak van een ziekte. Wij beseffen dat de beelden niet optimaal te beoordelen zijn; dat gaat het beste met het apparaat zelf.

Het konijnengebit

Het konijnengebit

De binnenkant van een konijnenbek

De tanden (vier snijtanden + twee stifttanden) en kiezen (20) van een konijn groeien levenslang door. Het gevolg daarvan is dat konijnen veel moeten kauwen om de tanden en kiezen te laten slijten. Met de juiste voeding is dit meestal geen probleem. Konijnen die te weinig ruwvoer (hooi/gras en groenvoer) te eten krijgen kunnen gebitsproblemen ontwikkelen. De kiezen kunnen doorgroeien en scherpe randen gaan vertonen die in het slijmvlies of de tong snijden, en soms kan dit zelfs resulteren in een foute stand van de snijtanden. Ook kan een konijn een aangeboren afwijkende stand van de snijtanden hebben.

Een konijn met gebitsproblemen wil vaak wel eten, maar stopt bij de eerste hap omdat het pijn doet, of laat het eten steeds weer uit het bekje vallen. Als u dit aan uw konijn ziet is het belangrijk om naar de dierenarts te gaan. In sommige gevallen kunnen we snel zien wat er mis is, maar een konijnenbekje is heel smal en lang en een goede gebitsinspectie lukt soms alleen onder narcose.

Bij een jong konijn met een foute stand van de snijtanden trekken we vaak alle snijtanden. Het konijn kan dan nog prima kauwen, alleen niet meer knagen. Het is een beter alternatief dan levenslang tanden te moeten knippen of slijpen, omdat dit zowel stress als complicaties kan opleveren.​

Laparoscopie

Laparoscopie

Sterilisatie van de hond via kijkoperatie

Dierenkliniek Hattem werkt nu een aantal jaren met deze nieuwe techniek: de kijkoperatie, o.a. voor de sterilisatie bij de hond. Bij mensen worden al veel operaties door middel van een kijkoperatie gedaan. Bij dieren gebeurt dat veel minder, omdat de apparatuur die hiervoor nodig is duur is, en omdat het een speciale training vereist voor de dierenarts om deze manier van opereren uit te kunnen voeren.

Minder pijn, nabloedingen en/of ontstekingen

Maar een kijkoperatie heeft een aantal voordelen ten opzichte van een gewone operatie, en dat is ook zo bij de sterilisatie van een hond. Zo zijn er maar twe kleine gaatjes van een 0,5 centimeter nodig, er is een beter overzicht van de buik door de speciale camera. De pijn die door de operatie veroorzaakt wordt is minder en na de operatie hoeven de honden geen kap op of t-shirt aan. De paar hechtingen die nodig zijn worden onder huid gelegd en lossen vanzelf op en er is minder kans op nabloedingen of ontstekingen.

Inmiddels zijn er vele teefjes door middel van deze nieuwe techniek geopereerd. Er zijn daarnaast al een aantal reuen met een bal in de buik (een cryptorch) gecastreerd door middel van deze techniek. Ook voor hen geldt: veel minder wondschade, sneller herstel!

Het is zeer prettig om te zien hoe snel de honden herstellen van deze kijkoperatie. Heeft u een teefje dat u op deze wijze zou willen laten steriliseren? Bel dan naar de kliniek om een afspraak te maken.

Bekijk de fotoreportage.

Dentale röntgenfoto’s

Waarom dentale röntgenfoto’s van het gebit onmisbaar zijn

Het gebit van de hond en kat

Zowel honden als katten ontwikkelen eerst een melkgebit. In de loop van de eerste vijf tot zeven levensmaanden wisselt het melkgebit naar een volwassen gebit. Een volwassen hond heeft normaliter 42 gebitselementen, een volwassen kat hoort er 30 te hebben. Ter vergelijking: een volwassen mens heeft in totaal 32 tanden en kiezen, de vier verstandskiezen daarbij meegerekend.

Opbouw van een tand of kies

Grofweg kan worden gesteld dat een tand of kies uit twee delen bestaat:

1. Het gedeelte dat boven het tandvlees uitsteekt en dat de kroon wordt genoemd.
2. Het gedeelte dat over het algemeen schuilgaat onder het tandvlees, de wortel.

Het aantal wortels verschilt per element: tanden hebben één wortel, kiezen hebben één, twee of drie wortels. De kroon bestaat uit tandbeen of dentine, bedekt door een harde laag glazuur, die ervoor zorgt dat een gezonde tand of kies ongevoelig is.

Het tandbeen daarentegen is wel zeer gevoelig, waardoor beschadiging of ontbreken van de glazuurlaag leidt tot felle pijn. De wortel wordt ook gevormd door tandbeen, maar is in plaats van door glazuur bedekt door een laag op bot gelijkend materiaal, cement genaamd.

Middenin de tand of kies bevindt zich een holle ruimte, de pulpaholte, die zicht richting de wortel vernauwt tot het wortelkanaal. In deze gehele ruimte bevindt zich zenuwweefsel. Gedurende het leven wordt deze pulpaholte steeds nauwer. Onderstaand kunt u zien hoe een gebitselement met één wortel (hier een tand) is opgebouwd.

Hoe worden röntgenfoto’s van het gebit gemaakt?

Een normaal, groot, onbeweegbaar röntgenapparaat in combinatie met grote röntgenplaten, kan perfect worden gebruikt voor het maken van foto’s van onder andere borstkas, buik, rug en poten. Voor het goed in kaart brengen van het gebit is een dergelijk apparaat helaas niet geschikt.

Gebitselementen worden daarmee niet in de goede richting gefotografeerd en veel onderdelen van het gebit worden over elkaar geprojecteerd, waardoor waardevolle informatie verloren gaat.

Om goed in alle gewenste richtingen röntgenopnames te kunnen maken van alle verschillende gebitselementen is daarom een beweegbare röntgenbuis nodig samen met kleine röntgenplaatjes van slechts enkele centimeters groot. Zodra uw dier onder narcose is worden deze plaatjes in de bek geplaatst en wordt de röntgenbuis op de juiste wijze gepositioneerd. Op deze manier kunnen in korte tijd perfecte dentale röntgenfoto’s (dentaal betekent tanden) worden gemaakt.

Wanneer zijn röntgenfoto’s van het gebit nodig?

Humaan worden eens in de zoveel tijd röntgenfoto’s van het gebit gemaakt om de staat van het gebit te controleren. Deze vorm van preventieve tandheelkunde voert voor de hond en kat wat te ver en ook hoeft niet voor ieder type gebitsbehandeling een set röntgenfoto’s te worden gemaakt. Röntgenfoto’s kunnen echter op veel vragen antwoord geven en bij een flink aantal gebitsaandoeningen en behandelingen is het maken van dentale röntgenfoto’s dan ook onmisbaar.

Parodontitis

  • Ontsteking van het tandvlees en diepere weefsels rondom de tanden en/of kiezen, waarbij deze weefsels zich steeds verder terugtrekken, kaakbot wordt aangetast en gebitselementen uiteindelijk los kunnen komen te staan.

Abcessen van wortelpunten

  • Een wortelpuntabces kan leiden tot een fistel (ontstekingskanaal), dat zich vanuit de wortelpunt naar de huid toe vormt, daarbij bijvoorbeeld op de snuit in de buurt van het oog eindigend in een huidwond.

Tandresorptie

  • Proces waarbij de tanden en kiezen door het lichaam zelf worden aangetast/opgelost. Vooral katten staan bekend om deze resorptieve beschadigingen.

Gaatjes (cariës)

Het niet doorbreken van een volwassen tand of kies

Trauma aan gebitselementen

  • Met behulp van röntgenfoto’s kan een inschatting worden gemaakt of de tand of kies nog te redden valt en welke behandeling het beste is.

Ontsteking van het kaakbot

Tumoren in de bek

  • Tumoren kunnen een reden zijn voor pijnlijkheid in de bek, maar kunnen ook zorgen voor verminderde wondgenezing aansluitend op verwijdering van tanden en kiezen.

Opsporen van wortel restanten

  • Wortels van honden en zeker van katten kunnen een kleine omvang hebben of door bepaalde processen zijn aangetast, waardoor ze vrij kwetsbaar zijn. Ondanks een juiste techniek kan het daarom voorkomen dat een wortel afbreekt. Dit wortelrestant dient – als het ook maar enigszins mogelijk is – te worden verwijderd en röntgenfoto’s aan het begin en aan het einde van dit proces leveren hierbij waardevolle informatie.

Wortelkanaalbehandeling

  • Voorafgaand aan een wortelkanaalbehandeling en ter controle in de maanden en jaren volgend op deze behandeling zijn röntgenfoto’s geïndiceerd.

Verwijderen of laten zitten?

Bij het openen van de bek kan het gedeelte van de tanden en kiezen worden beoordeeld dat boven het tandvlees uitsteekt. De mate van tandsteen kan uiteraard worden bepaald en er kan worden bekeken of de kronen intact zijn en of er sprake is van verkleuring van het element.

Met een speciaal instrument (pocketsonde) kan daarnaast worden gecontroleerd op de aanwezigheid en de diepte van pockets, ruimten tussen het tandvlees en de tand of kies die ontstaan als gevolg van uitgebreide ontsteking (parodontitis). Het controleren op pockets is een handeling die uw tandarts ook bij u zal uitvoeren tijdens periodieke controles.

Aan de hand van deze onderzoeken kan soms al worden vastgesteld dat een element moet worden verwijderd. In veel gevallen is het na deze onderzoeken echter nog onvoldoende duidelijk of het verstandig is om een tand of kies te laten zitten. Volstaat alleen een reiniging van het gebit gevolgd door goede gebitsverzorging of toch niet? Kan de beschadiging van de kroon worden gerepareerd, kan een wortelkanaalbehandeling worden overwogen of is verwijdering van de tand of kies toch een betere optie?

Door het maken van röntgenfoto’s kan het gehele element (dus ook de pulpaholte en de wortel) en het omliggende weefsel goed worden bestudeerd en kan deze beslissing veel beter worden genomen. Op die manier wordt voorkomen dat enige tijd na de gebitsbehandeling uw hond of kat toch weer onder narcose moet om een aanvullende behandeling te ondergaan!

Op welke manier verwijderen?

Zoals beschreven verschilt het aantal wortels voor de diverse elementen van het gebit. Daarnaast kan de richting waarin een wortel verloopt flink variëren, kunnen wortels vergroeid/verankerd zijn met het kaakbot en kan verlies van kaakbot zijn opgetreden door forse ontsteking. De kans op het afbreken van elementen tijdens het verwijderen en het risico op een breuk van de kaak zijn van dit soort factoren afhankelijk.

Door röntgenonderzoek kunnen deze factoren worden geïnventariseerd en kan de veiligste manier worden bepaald om een element bij uw dier te verwijderen.

Conclusie

Röntgenfoto’s van het gebit uw hond of kat zijn in veel gevallen onmisbaar voor een goede diagnostiek, behandeling en/of controle van een bepaalde gebitsaandoening.
Veel problemen zoals pijn door onnodig toegebrachte schade en terugkeren van problemen door achterblijven van wortelresten kunnen worden voorkomen door goede röntgendiagnostiek toe te passen. Vraag uw dierenarts gerust om meer informatie over de toepassing van dentale röntgenfoto’s bij uw dier.

Last update: February 2015

Copyright: VetVisuals® International

Tuberositas Tibiae Advancement (TTA)

Tuberositas Tibiae Advancement (TTA)

Voorste kruisband

Een veelvoorkomende aandoening bij de hond is een scheur van de voorste kruisband. Deze blessure komt met name voor bij grote hondenrassen, maar kan bij iedere hond optreden. De scheur in de voorste kruisband kan gedeeltelijk (partieel) of volledig zijn. Door de scheur kan het onderbeen te veel en te vrij bewegen ten opzichte van het bovenbeen. Hierdoor kunnen er ook problemen ontstaan in de meniscus (zie foto). De meniscus fungeert als een kussen in de knie. De meniscus kan scheuren of er kan een deel van de meniscus verplaatsen; hetgeen een ontstekingsreactie (en pijn) tot gevolg heeft.

Operatie technieken

Een volledige scheur van de voorste kruisband moet altijd geopereerd worden. Er zijn tal van operatietechnieken die hiervoor gebruikt worden. In onze kliniek is het mogelijk de knie te opereren met een band (Flo-teugel methode) of door middel van de TTA (tuberositas tibiae advancement) methode. Een Flo-teugel kan bij honden van kleinere rassen gebruikt worden, maar is niet stevig genoeg bij grotere honden. Hieronder gaan we verder in op de TTA methode.

Kniegewricht

Het kniegewricht bestaat uit meerdere structuren die het samen mogelijk maken om een scharnier te maken tussen het boven en het onderbeen. Deze structuren worden ondersteunt door diverse grote spiergroepen. De belangrijkste spieren die het bovenbeen strekken zitten aan de voorzijde en eindigen in een strekpees. De knieschijf (groene stip) is het benige (=harde) deel in deze strekpees die door de groeve van het bovenbeen heen loopt en eindigt op het scheenbeen (rode stip). Op de tekening zie je de knie van de voorzijde waarbij de pees is verwijderd voor een duidelijke zicht op de knie.

Correctie van de gewrichtshoek

Bij een hond waarbij de voorste kruisband is gescheurd wordt de knie instabiel en kan de hond niet normaal op de knie steunen. Bij de TTA operatie wordt niet de scheur in de kruisband hersteld, maar wordt de hoek van de knie aangepast. In een normale situatie is de gewrichtshoek (de hoek gevormd door het tibiale plateau en de rechte patellaband) ongeveer 115 graden. Bij de TTA operatie wordt de hoek naar 90 graden gecorrigeerd. Hierdoor neemt de rechte patellaband de krachten over, die normaal door de voorste kruisband worden opgevangen en is er geen noodzaak meer voor een nieuwe voorste kruisband. Deze techniek is vooral ideaal voor honden waarbij een vervangende band (Flo-teugel) niet sterk genoeg is, zoals bij honden zwaarder dan 25 kilo.

Operatie techniek

Op de eerste plaats is het belangrijk om tijdens de operatie de restanten van de gescheurde kruisband te verwijderen en de meniscus te beoordelen. Er wordt gekeken of er beschadigingen zijn en of het noodzakelijk is om afwijkende delen te verwijderen. Nadien wordt het kniegewricht gesloten. Om de gewrichtshoek te corrigeren wordt er een deel van het onderbeen losgezaagd (crista tibia). Vervolgens wordt het losgezaagde deel met een titanium plaat en schroeven vastgezet. Hierdoor ontstaat er veel steun en stabiliteit. Het is een invasieve en complexe operatie, maar de resultaten zijn dusdanig goed dat het de voorkeur heeft van bijna alle orthopeden. Het losgezaagde bot moet wel opnieuw vastgroeien en dat duurt ongeveer 2 maanden. In deze periode is het dus van belang dat de hond rustig loopt en de knie niet te veel belast wordt.

Nazorg

Allereerst moet de wond goed genezen en worden er ontstekingsremmende en pijnstillende medicijnen voorgeschreven. Daarnaast is rust voor de komende twee maanden heel belangrijk. Als dat echt niet lukt dan kan het zijn dat er gedurende de eerste 2 maanden medicijnen worden voorgeschreven waarvan de hond rustig wordt. Meestal moet de hond weer leren om het been goed te gebruiken. In een aantal gevallen is ondersteunende fysiotherapie dan ook aan te raden om een goede spieropbouw te krijgen. EDZ IJsselland werkt samen met gediplomeerde fysiotherapeuten die daarin kunnen voorzien. Overgewicht zal het herstel en het gebruik van de knie niet ten goede komen. Daarom adviseren wij om voor, tijdens en na de operatie, in gevallen van overgewicht, een ondersteunend dieet te geven en gewichtsverlies na te streven. Ongeveer twee maanden na de operatie wordt er een controle röntgenfoto van de knie gemaakt. Bij een volledige genezing is een volle belasting van de knie dan weer mogelijk.

Complicaties

Bij elke operatie kan een complicatie optreden. Bij ingewikkelde operaties is de kans op een complicatie altijd groter. De aard van de complicaties kan variëren. Gerelateerd aan deze operatie moet u denken aan:

  • Een wondinfectie op een implantaat.
  • Een breuk van het gezaagde bot.
  • Een brekende plaat.
  • Een schroef die breekt.
  • Artrose van het gewricht.
  • Een scheur van de nog aanwezige meniscus.

Van belang is dat u weet dat wij er alles aan doen de kans op een complicatie te verkleinen. Denk aan een gecontroleerde werkwijze, pre-operatieve planning en uitgebreide informatie voorziening bij het ophalen van uw huisdier. Voor een TTA behandeling verwijzen wij u naar  EDZ IJsselland.